Trompettist Chet Baker: geniale verslaafde

In het rijtje belangrijke Amerikaanse jazzmusici die jarenlang Nederland als uitvalsbasis hebben gehad mag trompettist Chet Baker niet ontbreken. Hij was een geniale lyrische trompettist die ook nog heel aardig kon zingen. Een briljant muzikant die zijn hele leven heeft geworsteld met zijn drugsverslaving. Het heeft zijn carrière uiteindelijk getekend. Hij kende vele muzikale hoogtepunten, maar zijn verslaving zorgde voor misschien nog wel meer diepe, levensbedreigende dalen. Na zijn noodlottige, raadselachtige dood in Amsterdam is hij de herinnering ingegaan als de altijd verslaafde trompettist.

Chesney (Chet) Henry Baker jr. werd op 23 december 1929 geboren in Yale (Oklahoma). Hij was de zoon van een Iers immigrantenechtpaar. Op zijn tiende verhuist het gezin naar Glendale in de staat Californië. Hij leert trompet spelen op school en blijkt er aardig talent voor te hebben. Dat zorgt ervoor dat hij tijdens zijn diensttijd kan spelen in legerbands. Daar komt hij in aanraking met jazz en leert hij de kunst van het improviseren. Dat gaat hem vervolgens zo goed af dat het zijn handelsmerk wordt wat hij weet uit te bouwen tot een eigen, herkenbare stijl. Na zijn diensttijd besluit hij verder te gaan in de muziek. Hij studeert enige tijd muziektheorie en harmonieleer aan het El Camino College in Los Angels en werkt tijdens jamsessies aan een eigen stijl.

Het is saxofonist Charlie Parker die wel wat ziet in de jonge trompettist Baker. Hij vraagt tijdens een verblijf in Californië in 1952 om mee te spelen in zijn ter plekke samengestelde kwintet. Daarna wordt hij gevraagd voor het pianoloze kwartet van tenorsaxofonist Gerry Mulligan waar Chet Baker uitgroeit tot een heus jeugdidool. Zijn ingetogen, lyrische en melodisch getinte manier van spelen slaat aan. Hij laat zien en horen dat muzikale intuïtie soms tot mooie, verrassende wendingen leidt en belangrijker is dan technische hoogstandjes volgens berekende akkoordenschema’s.

Hij stelt zich muzikaal kwetsbaar op. Ook als zanger, wat hij inmiddels ook is gaan doen. Net als zijn trompetspel is zijn zang zacht melancholiek van toon. Hij speelt van 1952 tot 1953 bij Mulligan, maar richt daaraan zijn eigen Chet Baker Quartet op. Hij maakt en vervolmaakt met zijn groep de west coast jazz, de jazz die in de jaren ’50 rond de steden Los Angeles en San Francisco is ontstaan. Hij wordt er zo populair mee dat hij in populariteitspolls van bekende muziekbladen toppers als Dizzy Gillespie en Miles Davis achter zich laat.

In 1955 komt hij voor het eerst naar Nederland met pianist Dick Twardzik, bassist Jimmy Bond en drummer Peter Littman. Zij spelen in het Concertgebouw in Amsterdam en het Kurhaus in Scheveningen. Inmiddels is het drugsgebruik in de groep dagelijkse kost. Baker is een doorgewinterde harddrugsgebruiker geworden en tijdens die toer door Europa overlijdt zijn pianist Dick Twardzik zelfs aan een overdosis. Dat incident zorgt er niet voor dat Baker besluit het wat de drugs betreft over een andere boeg te gooien. Hij is als verslaafde kennelijk al te ver heen. Het wordt zelfs zo erg dat zijn verslaving zijn carrière in de weg begint te zitten en hem regelmatig in de problemen brengt met de politie. Zo zit hij in 1959 en 1960 in Italië een gevangenisstraf van 1,5 jaar uit wegens drugsgebruik. Ook in Frankrijk. Zwitserland, Engeland en West-Duitsland is hij vanwege drugs diverse malen opgepakt.

Hij blijft in die periode wel door Europa zwerven en musiceren. Een vaste verblijfplaats heeft hij niet, maar hij kan altijd terecht in de woning van de altsaxofonist en apotheker Jacques Pelzer in Luik. Dat wordt de uitvalsbasis voor zijn zwerftochten door Europa op zoek naar muziek en drugs. In 1964 keert hij terug naar Amerika, maar van zijn voormalige populariteit is niet veel meer over. Hij treedt soms op en maakt nog een paar platen, maar hij wordt vooral als drugsverslaafde gezien. In 1968 wordt hij op een nacht in elkaar geslagen en wel zodanig dat een tand uit zijn mond wordt gemept. Tevens wordt hij wegens het vervalsen van doktersrecepten opgepakt. Hij verdwijnt weer achter de tralies en met ontbrekende voortand is het sowieso lastig trompet spelen. Lange tijd is het stil rondom Chet Baker.

In 1973 maakt hij zijn comeback. In 1975, als hij er met een door verslaving gerimpeld en ingevallen uiterlijk al uitziet als een stokoude man, besluit hij terug te gaan naar Europa. Nederland en met name Amsterdam wordt zijn uitvalsbasis, ook al omdat hij het gevoel heeft dat ze in Amerika niet echt meer op hem zitten te wachten. De drugs blijven als een rode draad door zijn leven lopen, maar daarnaast blijft hij ook altijd spelen. Hij gaat in 1986 en 1987 zelfs nog met onder andere drummer John Engels op tournee door Japan, wat de prachtige live-cd Chet Baker in Japan oplevert. Het kan echter ook anders. Soms is zijn optreden van ongekende schoonheid en toont hij zijn klasse, maar er zijn ook concerten bij dat er niets van zijn talent te bespeuren is en hij als een dood vogeltje op het podium zit. Die wisselvalligheid is ook terug te horen op de vele lp’s die hij tijdens zijn periode in Europa heeft gemaakt.

Oud is Chet Baker uiteindelijk niet geworden. In de nacht van vrijdag 12 mei 1988 is hij op 58-jarige leeftijd, mogelijk onder invloed van drugs, achterover uit het raam van een kamer van Hotel Prins Hendrik aan de Prins Hendrikkade gevallen. Hij belandt met zijn hoofd op een paaltje en overlijdt ter plekke. De juiste toedracht van de val is nooit duidelijk geworden. Was het een ongeluk, heeft hij zelf voor de val gekozen of is hij misschien zelfs wel geduwd? Een antwoord op die vragen is er nooit echt gekomen. Bij het hotel hangt een plaquette en in Amsterdam is inmiddels een straat naar hem vernoemd. Journalist Jeroen Valk schreef zijn biografie ‘Herinneringen aan een lyrisch trompettist’. Zijn gezongen versie van ‘My Funny Valentine’ is een echte klassieker geworden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.