Jazzserie 5 – Louis Armstrong

Louis’ reis door de wereld van de jazz

Drooglegging in Amerika duurde uiteindelijk tot 1933. De swing ontwikkelde zich in die periode steeds verder als populaire jazzstroming. De jaren van 1930 tot en met 1940 worden dan ook de swingperiode genoemd. De crisis is daar zeker debet aan geweest, want ondanks alle misère in die jaren was er wel behoefte om te dansen. Het waren de momenten voor hen die zich dat konden veroorloven om aan de crisis te ontsnappen, om de zinnen te verzetten. Er ontstonden zelfs swingdansen zoals de Charleston en de Lindy Hop. 

Een man wiens leven symbool kan staan voor de weg die jazz in Amerika heeft afgelegd is kornettist, trompettist en zanger Louis Daniel Armstrong. Hij werd in 1901 geboren in New Orleans en is in 1971 overleden in New York. Hij leerde kornet spelen in de beginperiode van de jazz in het New Orleans Tehuis voor Jonge, Verwaarloosde Kleurlingen (hij was daar terecht gekomen omdat hij op straat met een geweer had geschoten) en had diverse baantjes variërend van melkbezorger tot kolensjouwer. 

Muziek bleek echter al snel het ding van de jonge Armstrong. Hij luisterde wanneer hij maar kon naar oudere musici en volgde de brassbandparades op straat. Joe ‘King’ Oliver was zijn idool. Die ontdekte ook zijn talent en werd zijn mentor. Zo kwam Armstrong terecht in brassbands waar hij zelf naar gekeken had. Hij toerde met die bands op de stoomboten over de Mississippi. 

Daar leerde hij volgens zijn eigen zeggen de fijne kneepjes van het vak en dat leverde hem in 1919 een plaats op in het orkest van trombonist Kid Ory als vervanger van de door hem geadoreerde King Oliver. In 1922 kreeg hij een telegram van Oliver met het verzoek om naar Chicago te komen om als tweede kornettist in diens Creole Jazz Band te komen spelen. Daar maakte hij de ontwikkeling mee van de New Orleansstijl naar de Chicago-jazz en dat avontuur duurde uiteindelijk tot 1924. In dat jaar vertrok hij op aanraden van zijn tweede vrouw, de pianiste Lil Hardin, naar New York. Daar kwam hij terecht in het toonaangevende orkest van Fletcher Henderson, waar hij zich verder ontwikkelde als begenadigd solist. Hij maakte naam als solerende trompettist door zijn sterke en overrompelende sound, de speelse trillers en andere versieringen in zijn spel, zijn melodische rijkdom, zijn gevoel voor blues en zijn ontspannen timing. Zijn rasperige zang van diep uit de keel en zijn altijd innemende presentatie deden de rest. In 1925 keerde hij terug naar Chicago om onder zijn eigen naam met de Hot Five en de Hot Sevens Bands te spelen en opnamen te maken.

In die periode ontwikkelde hij zijn aangeboren gevoel voor swing verder om in 1929 terug te keren naar New York. Een jaar later vertrok hij naar Los Angels om vandaar te gaan toeren door Europa. Zo deed hij in 1933 voor het eerst Nederland aan (het Carlton Hotel in Amsterdam en de Dierentuin in Den Haag). Door zijn uitstraling en presentatie werd hij ook ontdekt door de filmindustrie in Hollywood.  

In 1943 keerde hij definitief terug naar New York. De kracht van Armstrong is altijd geweest dat hij niet gebonden was aan één stijl. Zijn interesses strekte zich uit van de meest aardse blues tot de mierzoete arrangementen van Guy Lombardo (violist en bigbandleider), Latijns-Amerikaanse volksliedjes en klassieke symfonieën en opera. Hij bracht al deze invloeden samen in zijn optredens, waarbij hij fans soms verbijsterde en verwarde. Die hadden liever dat hij zich beperkte tot de makkelijke, gelimiteerde jazzcategorieën. Hij scoorde wereldhits met Hello Dolly en What a Wonderful World en trad op met alle groten der aarde, maar vooral met zangeres Ella Fitzgerald. Zij namen samen drie albums op. Zijn bijnaam was ‘Satchmo’ of ‘Satch’ en dat was de afkorting van Satchelmouth (graanschuur), een bijnaam die refereerde aan zijn grote mond. Zijn tweede bijnaam, die vooral door vrienden en collega’s werd gebruikt, was ‘Pops’. In 1971 stierf hij aan een hartaanval in Corona, in de New Yorkse wijk Queens, waar hij het grootste deel van leven heeft gewoond. Hij heeft een ster op de Walk of Fame in Hollywood en een vliegveld dat naar hem is vernoemd: het Louis Armstrong New Orleans Airport in Kenner. Voor de jazzwereld blijven zijn vertolkingen van Heebies Jeebies, West En Blues, Struttin’ with Some Barbecue, Savoy Blues, Twelfth Street Rag, Cornet Shop Suey, Potato Head Blues, Wild Man Blues en Dippermouth Blues van onschatbare waarde. Zij zijn de klassiekers geworden van een man die decennialang tot de absolute top van jazzmusici heeft behoord, maar die zich nooit in een hokje van een bepaalde stroming heeft laten stoppen.